© Ber te Mebel, Zutphen. temebel@upcmail.nl

Niets van deze site mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worde n door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Ber te Mebel.

_____________________________________________________________________________________

De nieuwste gedichten staan bovenaan

 

Hordeloop

Mijn kleindochter, anderhalf,
holt van de voor- naar de achterkamer.
Daarbij omzeilt ze achtereenvolgens:
een poppenwagen
een omgevallen krukje
twee graafmachines
en een salontafel.
Als ze veilig
de andere kant heeft bereikt,
steekt ze haar armpjes omhoog
balt haar knuistjes
en roept stralend
YESSS!!!!



Bewijs van bestaan

een foto aan de muur
mijn ouders en daartussen ik
een jaar of twee
zij hebben net de oorlog overleefd
een toekomst voor zich
de glimlach op hun gezichten
de stralende ogen
vertellen van hun vertrouwen

een kind zo klein
glimlacht niet op commando
ik kijk naar mijn beeltenis van destijds
de ogen leeg / onpeilbaar diep
van een toekomst had ik nog geen weet
een verleden was nauwelijks aanwezig
mijn ogen slechts een momentopname
dit ben ik zo laat op die dag van dat jaar
een bewijs van mijn bestaan
vijfenzestig jaren geleden
niet meer niet minder

zoveel jaren zijn verstreken
elke dag sleep ik meer herinneringen mee
sommige koester ik andere doen pijn
helaas zij zijn niet te gebruiken als
bewijsmateriaal

er worden geen foto's meer van mij gemaakt
de spiegel in de badkamer
bevestigt mijn bestaan voor een moment

twee stappen naar links
of twee stappen naar rechts
en het beeld is verdwenen
het bewijs vernietigd

wie zal mijn getuige zijn?



Wens

ik heb een wens die is maar klein
een dagje naar Amsterdam met de trein
slenteren langs grachten door stegen en straten
misschien in een kroegje met iemand wat praten

en het hoogtepunt zo had ik gedacht
is zitten op een terrasje langs een gracht
kijken naar de mensen en al dat verkeer
de trotse gebouwen en nog veel meer

waarom ik dan niet al lang ben gegaan
mijn benen kunnen dat niet aan
ik heb wel een rolstoel maar die is te zwaar

hem zelf voortbewegen krijg ik niet voor elkaar
mijn wens al is die dan maar klein
blijkt toch een beetje te groot te zijn




gebroken in licht
gevangen in gedicht
het kind in mij leeft voort
met liefde die verstoort
met angst die maakt zó klein
dat ik weer kind zou willen zijn


Licht

licht valt door de bomen
wolken jagen het uiteen
donkere stammen om mij heen
ik zie licht tevoorschijn komen


Voor wie wil

op het prikbord in de keuken
hangt een tekening van jaren geleden
een huis met rechts een boom
een man en een vrouw voor het huis


mijn vader mijn moeder
na al die jaren nog steeds
wachtend turend in de verte
er is een wereld die tussen ons ligt

waarom ben ik weggegaan
ik teken een pad
van de deur van het huis
tot de rand van het papier

verder over de muur de grond
tot aan mijn stoel
voor wie wil
is er altijd een weg terug



Toekomst, heden en verleden

in de tijdlijn van het leven
duurt het heden maar heel even
dagelijks wordt een stukje toekomst heden
en "vandaag" hoort morgen al tot het verleden

vaak gaan we aan het heden voorbij
en verliezen ons in dromerij
jongeren over de kansen die komen gaan
ouderen over wat ze allemaal hebben gedaan

toch wordt je leven grotendeels bepaald
door wat je uit die vierentwintig uur van het heden haalt



Reünie

Weet je nog?
Maar dan toch wel
dat we samen...
Weet je dat niet meer?
Jij had een rode brommer.
Blauwe, ook goed
daar zijn we toen mee...
Was die van je broer?
Dat maakt toch niet uit?
Mocht je daar nooit op rijden?
Maar wij zijn toch samen ...
En jij hebt nooit bij mij in de klas gezeten?
Van welk jaar ben jij dan?
Oh, je neef.
Dan had hij dus die mooie zus.
Maar die is overleden?
Oh, die neef.
En die zus?
Die vrouw daar met die ...
Zo'n reünie, och ja
ik weet het niet.
Ik denk dat het tijd wordt om
weer eens op te stappen.
Morgen vroeg dag.



5 Haiku

 

voetje voor voetje

oude man met winterjas

in de voorjaarszon

 

 

doorweekte vlaggen

traag bewegend in de wind

op de vierde mei

 

 

boer in laag zonlicht

tussen zijn gele klompen

pikt een kip granen

 

 

bevroren vijver

de kop tussen de veren

zwanen, dicht bijeen

 

 

een rood-bruin blaadje

even drijvend op de wind

in grauw ochtendlicht